Plant in de Spotlight: Kaki en persimoen

In oktober en november gebeurt er iets bijzonders bij de kaki. De bladeren kleuren oranje en rood en vallen af. Dan blijft de boom staan met alleen nog vruchten. Felle oranje bollen aan kale takken, soms tot ver in de winter. Weinig bomen in een voedselbos zien er in deze tijd zo mooi uit.
Tijd dus voor de kaki in de spotlight. En meteen voor zijn Amerikaanse neef, de persimoen.
Van China naar Japan
De kaki komt uit China. Daar kweken mensen hem al meer dan tweeduizend jaar. In de zevende eeuw kwam hij in Japan terecht en in de veertiende eeuw in Korea. In Japan is hij uitgegroeid tot een van de meest geliefde vruchten van het land. De naam kaki komt ook uit het Japans.
De botanische naam is Diospyros kaki. Diospyros wordt vaak vertaald als ‘vrucht van de goden’. De kaki hoort bij dezelfde familie als de ebbenhoutboom en dat is te zien aan het hout: dat is hard en donker van kleur.
In de negentiende eeuw kwam de kaki naar Zuid-Europa en Californië. In Italië en Spanje werd hij een gewone boom in de tuin en later ook een echte teelt.
En hoe kwam hij in Nederland?
Wanneer de eerste kaki in Nederland werd geplant, weten we niet precies. Wel kennen we een mooi verhaal uit Utrecht.
In 1951 fietsten Dick en Wiene Alma, vrijwilligers in de Oude Hortus in Utrecht, van Lugano naar Venetië. Onderweg kochten ze op een markt een paar kaki’s. De pitten namen ze mee naar huis en stopten ze in een bloempot. Een jaar later stond daar een kakiboompje. In hun eigen tuin gaf hij nooit vruchten. Toen ze verhuisden, kreeg de boom een zonnig plekje buiten in de tuin van de Oude Hortus. Daar hangt hij nu elk jaar vol, soms zo vol dat de takken gestut moeten worden. Merels en andere vogels smullen van de vruchten. Het Universiteitsmuseum Utrecht vertelt het hele verhaal.
De boom staat gewoon buiten, midden in Utrecht. Dat laat goed zien wat de kaki nodig heeft om hier vrucht te geven: zon en warmte. En dat hij een Nederlandse winter prima aankan.
Kaki of persimoen?
In de winkel zie je beide namen. Ze worden door elkaar gebruikt, maar er zit wel een verschil achter.
De kaki. De zachte, oranje vrucht die je met een lepel eet als hij zo rijp is dat hij bijna uit elkaar valt. Veel kaki’s zijn wrang zolang ze hard zijn. Dat komt door looistoffen, dezelfde stoffen die thee of rode wijn dat droge gevoel in je mond geven. Als de vrucht rijp en zacht wordt, verdwijnt dat gevoel en blijft er een zoete, honingachtige smaak over.

De persimoen uit de winkel. De harde vrucht die je als een appel kunt eten. Die komt meestal uit de streek rond Valencia in Spanje. Het ras heet ‘Rojo Brillante’ en Persimon is een merknaam. Van zichzelf is ook dit ras wrang. Na de oogst gaan de vruchten een tijd in een ruimte met veel koolzuurgas. Daardoor binden de looistoffen zich en verdwijnt de wrange smaak, terwijl de vrucht hard blijft. De sharonfruit uit Israël is een vergelijkbaar verhaal, met een ander ras.
Er bestaan ook kaki’s die van nature niet wrang zijn, zoals ‘Fuyu’. Die kun je hard van de boom eten. Ze hebben alleen een lange, warme zomer nodig. In Nederland kiezen we daarom meestal andere rassen.
De Amerikaanse persimoen. Botanisch gezien is de persimoen ook een aparte soort: Diospyros virginiana, uit het oosten van de Verenigde Staten. Het woord persimoen komt uit de taal van de Powhatan, een volk uit Virginia. De vruchten zijn kleiner, ongeveer 2,5 tot 5 centimeter. Daar staat tegenover dat de boom er meer van geeft en beter tegen vorst kan dan de kaki. Ook deze vruchten eet je pas als ze helemaal zacht zijn.
De kaki in het voedselbos
De kaki is een kleine boom. In Nederland blijft hij meestal tussen de drie en vijf meter. Daarmee past hij in de lage boomlaag, of aan de zonnige rand van het voedselbos.
Hij kan goed tegen de brandende zon. Zijn bladeren zijn glanzend, waardoor ze minder snel verbranden en minder vocht verliezen. En hij maakt een diepe penwortel, een hoofdwortel die recht naar beneden groeit. Daarmee haalt hij water uit diepe grondlagen en komt hij een droge zomer goed door.

Een paar dingen maken hem extra fijn in een voedselbos:
- Hij loopt laat uit. In het voorjaar komen de bladeren pas laat. Planten onder hem krijgen dus lang licht.
- Hij bloeit laat. Daardoor heeft hij minder last van nachtvorst dan bijvoorbeeld een abrikoos.
- Veel kaki’s geven vrucht zonder bestuiving. Eén boom is genoeg. Bij de Amerikaanse persimoen ligt dat anders: daar heb je meestal een mannelijke en een vrouwelijke boom nodig, tenzij je een ras kiest dat zichzelf bestuift.
- Hij heeft weinig last van ziektes en plagen. Vogels zijn zijn grootste liefhebbers.
- Hij is mooi in elk seizoen. Fris groen blad in de zomer, rood en oranje in de herfst, oranje vruchten aan kale takken in de winter.

Teelt informatie in een notendop
| Botanische naam | Diospyros kaki (kaki), Diospyros virginiana (Amerikaanse persimoen) |
| Laag | Lage boomlaag |
| Afmetingen | Kaki in Nederland meestal 3 tot 5 meter hoog. De Amerikaanse persimoen wordt groter, 6 tot 9 meter |
| Winterhardheid | Kaki ongeveer -15 tot -17 °C, afhankelijk van het ras. Jonge bomen zijn gevoeliger. De Amerikaanse persimoen is veel winterharder |
| Bloeiperiode | Mei tot juni |
| Oogsttijd | Oktober tot december, vaak pas na de eerste nachtvorst |
| Bodemeisen | Goed doorlatend. Op onderstam virginiana verdraagt hij ook zwaardere en nattere grond |
| Standplaats | Volle zon, warm en beschut. Een zuidmuur is ideaal |
| Beheer | Weinig snoei nodig. Jonge bomen de eerste winters beschermen tegen strenge vorst en late nachtvorst. Uitlopers van de onderstam weghalen |
Welke rassen voor een voedselbos in Nederland?
- ‘Nikita’s Gift’ een kruising tussen kaki en Amerikaanse persimoen. Winterhard, bestuift zichzelf en blijft met 2,5 tot 3,5 meter vrij compact. Zoete vruchten met een smaak die aan abrikoos doet denken. Oogst in november, na de eerste nachtvorst.
- ‘Rosseyanka’ ook een kruising tussen kaki en Amerikaanse persimoen. Goudgele tot oranje vruchten met een zoete, fruitige smaak. Winterhard tot ongeveer -17 °C.
- ‘Kostata’ een echte kaki, winterhard tot ongeveer -17 °C. Hij is wrang, dus je eet de vruchten als ze zacht zijn.
- ‘Meader’ een Amerikaanse persimoen die zichzelf bestuift, dus je hebt maar één boom nodig. Erg winterhard, vruchten tot ongeveer 5 centimeter en een mooie herfstkleur.
Heb je een koude of open plek, kies dan ‘Nikita’s Gift’ of ‘Meader’. Staat de boom warm en beschut tegen een zuidmuur, dan kun je ook een echte kaki proberen.
Oogsten en bewaren
In Nederland rijpen kaki’s laat. Vaak hangen ze nog aan de boom als de bladeren al gevallen zijn. Een lichte nachtvorst helpt het rijpen juist op gang.

Pluk ze voordat het echt hard gaat vriezen en laat ze binnen verder rijpen. Leg ze bij een paar appels in een doos of zak. Appels geven een gas af dat het rijpen versnelt.
Kaki’s kun je ook lang bewaren. Leg ze in een kratje op een koele plek, dan kun je er de hele winter van eten. Haal er steeds een paar naar binnen om zacht te laten worden.
Een wrange kaki is pas klaar als hij zo zacht is als een rijpe tomaat of nog zachter. Snijd de bovenkant eraf en lepel hem leeg. Je kunt ze ook drogen. In Japan hangen ze geschilde kaki’s buiten aan touwtjes, waarna ze langzaam zoet en taai worden, een beetje zoals een gedroogde vijg.
Is de kaki gezond?
De oranje kleur komt van bètacaroteen. Daar maakt je lichaam vitamine A van. Verder zit er vezel in, wat vitamine C en mangaan. Een kaki bevat meer vezels dan een appel.
Eén waarschuwing: eet geen grote hoeveelheden wrange kaki’s die nog niet rijp zijn. De looistoffen kunnen in je maag samenklonteren. Wacht dus gewoon tot hij zacht is. Dan is hij ook veel lekkerder.
Een tip voor het planten
Plant je deze winter een kaki? Noteer dan meteen het ras en de onderstam. In de app zet je die bij de boom op de kaart. Zo weet je over tien jaar nog precies welk ras er staat en waar die uitlopers vandaan komen.
My Food Forest app komt in november 2026 uit. Wil je op de hoogte gehouden worden? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief via de homepage!

